REACTIENOTA; ANTWOORDEN op VRAGEN MASTERPLAN WAGENWERKPLAATS

Home/Actueel/REACTIENOTA; ANTWOORDEN op VRAGEN MASTERPLAN WAGENWERKPLAATS

DSC_8279Beste bewoners Soesterkwartier. Bijgaand treft U het ingediende bestemmingsplan, Wagenwerkplaats/ Soesterkwartier aan. Ook de eerder gestelde vragen en opmerkingen zijn hierin beantwoord. Het gehele document bevat zeer belangrijke gegevens en voorstellen. Wij ( redactie) adviseren dan ook goed kennis te nemen van deze ontwikkelingen.Onder andere de verkeerssituatie rond de Wagenwerkplaats/Soesterweg en aan de zijde van de Plataanstraat zijn belangrijke wijzigingen.

Op 14 juni aanstaande wordt in de Vermeerzaal -Stadhuis, ( voor zover nu bekend) een inspreek mogelijkheid gehouden.

1. STEDENBOUWKUNDIGE OPZET MASTERPLAN 1.1

Ligging groene vizieren en overgang Soesterkwartier In het masterplan is bewust gekozen voor het contrast tussen de bebouwing en de groene vizieren. De ligging van de groene vizieren is op de volgende manieren tot stand gekomen: – Uit respect voor de bestaande, monumentale bebouwing is gekozen om de groene vizieren (nummer 2 en 3) langs beide zijden van het middengebied te plaatsen. Hierdoor komt het industrieel erfgoed beter tot haar recht en zal deze niet ‘verdwijnen’ in de toekomstige bebouwing. –

Het NS Simulator centrum heeft geresulteerd in de keuze van groen vizier nummer 1. Er is een keuze gemaakt om dit markante gebouw duidelijk zichtbaar in de toekomstige structuur te behouden. Dit heeft geresulteerd in de beslissing om het gebouw op te nemen in het groene vizier. –

Het buurthuis van de buurtvereniging Palmstraat/Hulststraat is de beweegreden voor de ligging van vizier nummer 4. Dit goed onderhouden buurthuis vervult een sterke maatschappelijke rol voor de buurt. De NS en de gemeente Amersfoort hebben deze waarde erkend en daarom is gekozen om het buurthuis in te passen binnen het masterplan. De ligging van het buurthuis binnen het groene vizier (nummer 4) is een gevolg van deze keuze. Hierdoor ontstaan er vier groene ruimten op min of meer gelijkmatige afstand. Dit waarborgt de openheid in het plan. In de rest van het plangebied is ruimte voor bebouwing.

Knipsel2

1.2 Zichtlijn vanaf de Fabrieksstraat en Piet Mondriaanplein De ruimtelijke structuur is één van de belangrijke dragers van het Masterplan. Allereerst bestaat de ruimtelijke structuur uit groene zichtvensters, in combinatie met de groene ruggengraat. Een net zo belangrijk kenmerk is de ligging van het stratenpatroon. Deze volgen de richting van de oude sporen en borgen daarmee de identiteit en kwaliteit van het gebied. Vanaf de entree bij het Piet Mondriaanplein is hierdoor in de toekomstige situatie mogelijk om het hoofdgebouw te zien. De Fabrieksstraat is tevens een belangrijke drager voor het stratenpatroon. Deze straat is in de toekomstige situatie een rechte straat richting het station en de binnenstad.

Dit betekent niet dat er overal over de volle lengte van het terrein doorzichten zijn. Er wordt een spel gespeeld van open en gesloten zichtlijnen, waardoor variatie in het plan ontstaat. Daarnaast zijn er praktische redenen voor de ligging van het stratenpatroon. De straat ten oosten van de Fabrieksstraat is een voorbeeld van een praktische reden, namelijk de fasering van de Wagenwerkplaats. Tot minimaal 2025 is het grootste gedeelte van het hoofdgebouw plus het bijbehorend emplacement verhuurd aan NS Reizigers. Dit heeft tot gevolg dat de ontwikkeling van dit gebied pas in de laatste fase zal plaatsvinden en is de achterliggende gedachte om de weg zo dicht mogelijk langs de grens aan te sluiten. De bouwvelden worden op deze manier evenredig verdeeld.

Knipsel

1.3 Vastleggen stedenbouwkundige uitgangspunten Masterplan In de ruimtelijke structuur voor de Wagenwerkplaats volgens het Masterplan is gekozen voor een opzet van langgerekte ontwikkelvelden parallel aan de sporen. Het nieuwe bebouwings-en stratenpatroon volgt de richting van de oude sporen. Deze stedenbouwkundige opzet wordt ‘juridisch’ vertaald in het bestemmingsplan. De precieze wijze waarop dit gaat gebeuren en of daarbij al dan niet met ‘verplichte’ rooilijnen wordt gewerkt is nog niet bekend. De inzet is wel om te kiezen voor een planvorm, waarbij kan worden gestuurd op de gewenste ruimtelijke kwaliteit, maar de stedenbouwkundige invulling niet tot ‘ver achter de komma dicht te timmeren’. Dat geeft vrijheid aan de ontwikkelingsmogelijkheden (organisch of vraaggestuurd ontwikkelen) en maakt voor de toekomst meerdere uitwerkingen mogelijk. Op deze manier wordt geprobeerd om te anticiperen op de vragen en ideeën die zich in de komende jaren kunnen voordoen.

1.4 Hoogteaccent Algemeen In de Structuurvisie Amersfoort 2030 wordt onder het kopje “Hoogbouw en menselijke maat” geconstateerd dat “in Amersfoort is te zien dat de meeste gebouwen tot 8 lagen gaan…”. En verder: “In het kader van de verdichting stellen we voor om deze onder andere te bereiken met hoogbouw van 5 tot 8 lagen (…) per plek wordt beoordeeld of hoogbouw past.” Hoogbouw vindt in Amersfoort inderdaad overwegend plaats in de vorm van 5 a 8 bouwlagen. Het merendeel van appartementencomplexen bevindt zich binnen dit spectrum. Daarnaast kent de stad echter ook een aantal hogere (woon)gebouwen, veelal bedoeld als solitaire en specifieke accenten in de stad. Voorbeelden zijn de ‘vuurtoren’ bij het Valleikanaal, de Balize in de uiterste punt van Nieuwland en de woontorens in de Laak. In het Hogekwartier zullen nog te bouwen hoogteaccenten de entree van de stad markeren. Het is dus de combinatie van overwegend (middel)hoogbouw met incidenteel hogere accenten die de stad kenmerkt. Het Masterplan voor de Wagenwerkplaats plan sluit aan bij deze ‘traditie’. Plaats hoogte accent is bepaald

Tijdens de informatieavond over het Masterplan werd er nog gesproken over 3 mogelijke locaties voor de realisatie van het hoogteaccent. Inmiddels is er door de projectgroep een keuze gemaakt voor één locatie, mede gebaseerd op de reacties die we hebben ontvangen op het concept Masterplan. Binnen het Masterplan is de keuze gemaakt om hoogbouw toe te staan voor de locatie ten westen van het hoofdgebouw. Deze locatie is gekozen omdat deze in het verlengde van de entree vanaf het Piet Mondriaan plein is gelegen. Hiermee wordt aan de bezoeker kenbaar gemaakt dat de Wagenwerkplaats groter is dan alleen de Rijtuigenloods en het Hoofdgebouw.

De locatiekeuze is mede gebaseerd op factoren als schaduwwerking en privacy. Bij deze locatie is de invloed op bestaande bebouwing het kleinst. Voor de hoogbouw gelden een aantal harde randvoorwaarden:  – De hoogte van 14 lagen is een ‘plafond’, maar de haalbaarheid daarvan / de uiteindelijke – bouwhoogte moet nader worden onderzocht, – Parkeren op eigen terrein; – De milieuonderzoeken (geluid, externe veiligheid, etc) moeten hoogbouw op de betreffende locatie toelaten; – Het maximale woningaantal voor de Wagenwerkplaats blijft 650 woningen (inclusief het Noackterrein). Dat betekent dat meer woningen door hoogbouw op de ene locatie, er voor zorgt dat er minder woningen elders in het plangebied worden gebouwd. De plaats van het hoogte accent en de randvoorwaarden zijn opgenomen in het Masterplan. Omdat het een locatie betreft die pas na 2023 vrij zal komen, wordt het hoogte accent niet opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan dat dit jaar nog procedure wordt gebracht. In een volgend bestemmingsplan, over 6 of 7 jaar wordt het hoogte accent meegenomen. Daarbij bestaat de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Schaduwwerking zal worden onderzocht en beoordeeld aan de hand van nauwkeurige computersimulaties, in verschillende seizoenen en op wisselende tijdstippen. Inkijk heeft onder meer te maken met afstand tot bestaande bebouwing, maar wordt ook bepaald door de aanwezigheid van bomen en de indeling van het gebouw (plaatsing ramen en balkons).

Dit zal worden betrokken bij de uitwerking van dit hoogte accent. Omdat de toevoeging van een hoogteaccent op de Wagenwerkplaats niet is bedoeld om extra woonprogramma te realiseren, heeft het geen invloed op de verkeersdruk in het algemeen. Wel kan er sprake zijn van een plaatselijke concentratie van verkeer, die efficiënt en veilig moet worden afgewikkeld. 1.5 Bouwhoogte appartementengebouwen in relatie tot bezonning In zowel het oostelijk als het westelijk deel van het plangebied voorziet het Masterplan in de bouw van appartementen (en incidenteel een werk- / voorzieningengebouw) in 4 tot 6 lagen. Voorgesteld wordt om deze blokken te realiseren bij de entree van het gebied (bij het Mondriaanplein) en aan de zuidzijde, langs het rangeeremplacement. Er is zorg over de schaduwwerking en de (negatieve) invloed daarvan op het woonklimaat van de achterliggende woningen. De voorgestelde verdeling van bouwhoogten belemmert mogelijk ook de optimale toepassing van zonne-energie. Voor de situering van (middel-)hoogbouw gelden in de eerste plaats de volgende principes. Aan de noordelijke rand wordt aansluiting gezocht bij de maat en schaal van het Soesterkwartier.

Dat betekent voornamelijk laagbouw. Aan de zuidzijde, waar het gebied grenst aan het rangeeremplacement is behoefte aan een steviger front, als overgang naar de grootschalige ruimte én als geluidwering voor het achterliggende gebied. De hier geprojecteerde (middel-)hoogbouw is ook wenselijk om aan de opgave van het woningbouwprogramma te komen en daadwerkelijk te ‘groeien in de stad’. In het Masterplan zijn deze principes aan de zuidzijde vertaald in (gesloten) bouwblokken met daarbij een indicatie voor de mogelijke bouwhoogten. Bij de uitwerking van deze blokken zal verder worden ingezoomd op de woonkwaliteit en de optimalisering van toepassingen van zonne-energie. Daarbij moet een goed evenwicht worden gevonden met bijvoorbeeld de gewenste geluidwerende eigenschappen. De aspecten tocht- en windhinder, die vooral worden voorzien aan de oostzijde van het plangebied, zullen bij de uitwerking en verdere vormgeving van de bouwblokken nader worden onderzocht. De ervaring wijst uit dat veel potentiële problemen kunnen worden opgelost in de architectonische uitwerking en bij de exacte positionering van de gebouwen.

1.6 Bouwhoogte rand Soesterkwartier De woningen aan de rand van het Soesterkwartier grenzen bijna zonder uitzondering met hun achterzijde, met de tuin, aan het terrein van de Wagenwerkplaats. Het masterplan heeft de intentie om voort te borduren op deze structuur en zo de samenhang tussen oud- en nieuwbouw te versterken. Door de nieuwbouw als het ware te spiegelen (tuin aan tuin) ontstaan nieuwe woonblokken die zowel deel uitmaken van het Soesterkwartier als van de Wagenwerkplaats. Dat is in veel gevallen een ingrijpende verandering voor de woonsituatie, waar de achtertuin nu grenst aan een braakliggend terrein of een (groene) geluidswal. Voor deze bouwstrook is gekozen voor ‘achtertuinen tegen achtertuinen’. De bestaande bewoners hebben op deze manier het minste last van de nieuwe bebouwing en het zorg voor een natuurlijke overgang naar het nieuwe gebied. De opgave wordt complex omdat de achtertuinen  vaak ondiep zijn, in sommige gevallen maar en meter of 5. Dat betekent dat er sprake zal moeten zijn van maatwerkoplossingen. Op basis van de reacties op het concept Masterplan, is de voorgestelde bebouwing aan de randen van het Soesterkwartier enigszins verlaagd van 3 lagen naar twee lagen met een kap. Daarmee wordt beter aangesloten op de bebouwing in het Soesterkwartier.

De nu nog gebruikte (standaard) voorbeeldwoningen in het Masterplan van 2 lagen met kap zal op een aantal locaties langs het Soesterkwartier minder voor de hand liggen. Hier gaat er gezocht worden naar alternatieve woningtypologie en of verkavelingsvormen. De verdere uitwerking dient zorgvuldig te gebeuren,waarbij rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor bezonning, uitzicht en privacy van de huidige bewoners.

2. VERKEER EN PARKEREN

2.1 Bouwverkeer In het Masterplan zijn geen uitspraken gedaan over het bouwverkeer en de verkeersafwikkeling hiervan. Na bestuurlijke vaststelling van het Masterplan en de vertaalslag in een bestemmingsplan zal bij aanvang de werkzaamheden ter plaatse goed nagedacht moeten worden hierover. Een voorwaarde van de gemeente bij de omgevingsvergunning is altijd dat het bouwverkeer geen hinder mag opleveren in de vorm van onder andere verkeersonveiligheid. Het is vervolgens aan de aannemer om hier iets voor te bedenken. De voorstellen van de aannemer moeten door de gemeente worden goedgekeurd. Ook moet de aannemer met de buurt communiceren over hoe zij de overlast van de bouw en het bouwverkeer gaat beperken.

2.2 Parkeren Het terrein van de Wagenwerkplaats valt uiteen in drie deelgebieden: Oost, Midden en West. Voor de deelgebieden Oost en West geldt dat bij toekomstige ontwikkelingen de parkeerbehoefte opgelost moet worden binnen het uitgegeven terrein. Dat geldt ook bij het hoogte accent. Er mag dus vanuit een bepaald deelgebied géén beslag gelegd worden op de omliggende deelgebieden of de openbare ruimte. De vorm waarin het parkeren wordt gerealiseerd is aan de ontwikkelaar van het deelgebied. Deze kan er voor kiezen om parkeren op maaiveld, ondergronds of op een andere manier binnen het bouwblok op te lossen. Het aantal parkeerplaatsen dat binnen een deelgebied moet worden gerealiseerd is afhankelijk van het te realiseren programma (aantal woningen of andere functies) en moet voldoen aan de gemeentelijke parkeernormen.

Onderdeel van de parkeernorm is het bewoners/werknemers parkeren én het bezoekersparkeren. Hierbij geldt voor deelgebied Oost het parkeerbeleid ‘Schil binnenstad’ en voor deelgebied West het parkeerbeleid ‘Overig Amersfoort’. Deze normen kunt u nalezen in de Parkeernota van de gemeente Amersfoort, die u via www.amersfoort.nl kunt vinden. Het middengebied onderscheidt zich van de andere twee delen doordat dit deelgebied grotendeels al gevuld is met bestaande gebouwen en zittende gebruikers. Daarom geldt voor het middengebied een andere benadering ten aanzien van het parkeren. Hier is het belangrijkste uitgangspunt het behouden/terugbrengen van het aantal parkeerplaatsen dat voor deze functies reeds aanwezig is. De vaste parkeerplaatsen zijn voor het middengebied aan de noordzijde van het middengebied ingepast. Hierbij is geredeneerd vanuit het gebruik van het centrale plein, waarbij het uitgangspunt is om het parkeren zo veel mogelijk uit het zicht te houden. Op blz. 84/85 van het Masterplan is een doorsnede van het centrale plein met de oplossing voor het parkeren toegevoegd. De groene strook aan het plein wordt opgetild zodat de parkeerkoffer vanaf het centrale plein niet/nauwelijks zichtbaar is. Het centreren van het merendeel van de parkeerplaatsen op één plaats zorgt daarnaast voor overzichtelijkheid.

Op drukke dagen, als er veel auto’s parkeren, zorgt dit ervoor dat de overloop parkeerplaatsen niet eerder worden gebruikt dan wanneer het echt nodig is. Bij een nieuwbouw ontwikkeling waar parkeerregulering (bijvoorbeeld vergunningparkeren) wordt toegepast bestaat er altijd een kans op parkeeruitwijkgedrag. Dat wil zeggen dat men in de praktijk hoofdzakelijk met een vergunning of betaald in het gebied zelf zal parkeren maar ook dat mensen de vrije parkeerplaatsen buiten het nieuwe parkeerreguleringsgebied gaan opzoeken. Deze groep parkeerders is niet bereid om te betalen voor het parkeren. Dit is helaas niet te voorkomen. Het staat men namelijk vrij een auto op de openbare weg te parkeren. Ook in een andere straat dan waar men woont. De gemeente heeft wel criteria opgesteld als sprake is van parkeeroverlast door ‘overloopparkeren’.

Dit wordt elders in de stad ook toegepast. Als er in de nieuwe situatie dergelijke parkeeroverlast ontstaat, kunnen deze criteria ook op de Wagenwerkplaats en omliggende wijken worden toegepast.  Het Masterplan zal gefaseerd worden uitgevoerd. In elke fase, in elke situatie zal de parkeerbalans moeten kloppen. Eigenaar NS heeft niet op korte termijn plannen om de wadi’s te dempen ten gunste van parkeren vooruitlopend op realisatie van het masterplan.

2.3 Ontsluiting gemotoriseerd verkeer Ten aanzien van de effecten op de omgeving is in een vroeg stadium als doelstelling geformuleerd dat een toename van verkeersdrukte op de wegen in de omgeving, met name voor de smalle straten in het Soesterkwartier, tot een minimum beperkt moet worden. Daarom zijn er in het Masterplan twee belangrijke keuzes gemaakt: allereerst is vastgesteld dat een nieuwe verkeersontsluiting aan de westzijde van het terrein noodzakelijk is.

Aan de oostzijde komt een duidelijke entree bij de aansluiting met het Piet Mondriaanplein. De nieuwe (westelijke) ontsluiting maakt het mogelijk het verkeer van de Wagenwerkplaats af te wikkelen via de spoorwegovergang van de Soesterweg richting de Barchman Wuytierslaan en de Plataanstraat richting de Amsterdamseweg.

Een tweede belangrijke keuze die gemaakt is in het Masterplan is het aanbrengen van een verkeerskundige ‘knip’ in het gebied, waardoor er in de eindsituatie geen directe autoverbinding meer is tussen de entree aan de Soesterweg en het Piet Mondriaanplein en het station. Doorgaand verkeer vanuit het Soesterkwartier naar het station is dus in de toekomst niet meer mogelijk. In 2015 is een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de effecten van deze ingreep. Dankzij deze verkeersknip neemt het autoverkeer op de Soesterweg nauwelijks toe. Op sommige wegen in het Soesterkwartier is zelfs sprake van een afname. Indien deze knip – en daarmee de doorgaande weg vanaf de Soesterweg naar het station – niet toegepast zou worden, zou de verkeerstoename in het Soesterkwartier zelf onevenredig groot zijn.

Hier is dus bewust niet voor gekozen. Een aandachtspunt is de toekomstige verkeersafwikkeling op de Plataanstraat en de aansluiting met de Amsterdamseweg. Uit de eerste berekeningen komt naar voren dat de aansluiting van de Plataanstraat op de Amsterdamseweg anders vormgegeven moet worden. Voorwaarde is dat er extra opstelruimte komt voor het kruispunt. De NS zal de Plataanstraat en de aansluiting op de Amsterdamseweg als onderdeel van het Masterplan aanpakken, in overleg met de gemeente, en nadat de buurt daarover is geïnformeerd.

Ook de verkeersafwikkeling op rotonde De Nieuwe Poort is een aandachtspunt. Deze is in de huidige situatie niet altijd optimaal en wordt door de ontwikkeling van de Wagenwerkplaats verder verslechterd. Berekend is dat er door de Wagenwerkplaats een toename van verkeersdeelnemers is van iets meer dan 10% op ten opzichte van de huidige situatie. Zoals de rotonde nu is vorm gegeven, leidt dat in de toekomstige piekmomenten tot te veel vertraging en opstoppingen. De gemeente is in overleg met de NS over een goede toekomstige verkeersafwikkeling op de rotonde.

Tenslotte wordt opgemerkt dat de weg in het noorden van het middengebied wordt verplaatst (zie afbeelding) . De entree van het middengebeid wordt met deze aanpassing verbeterd. In de huidige situatie loopt de weg langs de achterkant van het bedrijf Van Rijnsoever; dit is geen fraaie entree. In de nieuwe situatie is gekozen om deze weg te verplaatsen, waardoor men langs de historische bebouwing het middengebied van de Wagenwerkplaats binnenkomt. Daarnaast bouwt de verplaatsing van de weg voort op één van de speerpunten van de beeldkwaliteit “versterk de stedenbouwkundige structuur”, waarbij de structuur de lange lijnen van het spooremplacement volgt.

Knipsel3

2.4 Ontsluiting langzaam verkeer In het Masterplan is onder andere de ontsluiting voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) indicatief weergegeven. In de verdere uitwerking van dit Masterplan in een bestemmingsplan wordt dit meer concreet gemaakt. Dan wordt ook onderzocht of er een fietsdoorgang kan worden gerealiseerd bij de Palmstraat, gezien de eigendomsituatie ter plaatse (de grond bij deze doorgang is niet in bezit bij NS of gemeente). Uitgangspunt van het plan is een fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers. Niet alleen op de Wagenwerkplaats maar ook in relatie met het Soesterkwartier, bijvoorbeeld richting het winkelcentrum Noorderwierweg. In het Masterplan is vooralsnog ruimte gereserveerd voor de mogelijke komst van een fietsbrug over het spoor. Hier is echter nog geen geld voor gereserveerd, dus het is nog onbekend wanneer deze fietsbrug gerealiseerd kan worden. Hoe deze aan de Bergzijde ingepast moet worden is dan ook een ontwerpopgave voor later. Vanzelfsprekend worden bewoners en andere belanghebbenden tegen die tijd ook door de gemeente uitgenodigd om mee te denken over deze plannen. De fietsbrug wordt daarom nog niet opgenomen in het bestemmingsplan dat dit jaar in procedure wordt gebracht.

Het realiseren van een fietstunnel ter hoogte van de spoorwegovergang aan het einde van de Soesterweg maakt geen onderdeel uit van het project Wagenwerkplaats. 2.5 Overige verkeersgerelateerde vragen Ook voor de Soesterhof moeten de parkeerplaatsen aan de hand van de geldende parkeernorm gerealiseerd worden. Het is niet toegestaan om deze ruimte nu te reserveren en pas bij nut en noodzaak de parkeerplaatsen definitief vorm te geven. De parkeerplaatsen moeten als zodanig herkenbaar worden aangelegd, maar kunnen wel een groene uitstraling krijgen door deze te realiseren met bijvoorbeeld graskeien.

3. INRICHTING OPENBARE RUIMTE 3.1

Inrichtingsplan Voor de openbare ruimte zal nog een integraal inrichtingsplan opgesteld moeten worden om de benodigde samenhang in het gehele plangebied te borgen (uitwerking ontwerpprincipes, materiaalkeuzes, boomsoorten, uitwerking infiltratievoorzieningen, speelvoorzieningen e.d.). Dit betekent dat de boomsoorten die zijn aangegeven in het masterplan slechts een sfeerbeeld geven van de groene structuur in het gebied. Ook worden er in het inrichtingsplan één of meerdere plekken in de groende vizieren aangewezen als hondenuitlaatgebied. Bij het opstellen van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte wordt een analyse gemaakt, waarvan uit de inrichting voor de openbare ruimte in detail kan worden ontworpen. Deze analyse houdt rekening met factoren als schaduwwerking, ligging, beheer en uitstraling. Uitgangspunten daarbij zijn: – We kiezen voor bomen en beplanting die passen bij de natuurlijke ondergrond van de Wagenwerkplaats en de geschiedenis van spoorwegzone. – Berken horen bij de natuur van de Utrechtse Heuvelrug en de arme gronden rond de spoorwegen. Ze zijn om die reden voorgesteld in het Masterplan. Er zijn veel planten waar mensen allergisch voor kunnen zijn. De berk is er daar inderdaad één van. Witte pluizen geeft de berk echter niet, dat doen onder andere populieren. In het vroege voorjaar geven de berken wel stuifmeel af (pollen), waar mensen allergisch voor kunnen zijn. – Bij de aanplant van bomen wordt rekening gehouden met zonnepanelen.

Het gemeentelijk beleid is om geen bestaande bomen te kappen voor nieuwe zonnepanelen, maar wel om er bij nieuwe aanleg rekening mee te houden. – Bij de inrichting van de straat wordt er gekeken hoe in extreme gevallen het water op een slimme manier naar de groene scheggen gevoerd kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan, daar waar nodig, hogere banden.

3.2 Tuinen in relatie tot bodemverontreiniging Een aantal plekken op de Wagenwerkplaats zijn verontreinigd met gechloreerde oplosmiddelen: voor tuinen levert dit geen problemen op omdat deze verontreinigingen daarvoor te diep zitten. Deze zullen worden gesaneerd met een extensieve grondwateronttrekking.

3.3 Flora en fauna Uit onderzoek door ecologisch bureau Waardenburg blijkt dat de Wagenwerkplaats in de huidige situatie een van de meest soortenrijke en voor natuur bijzondere locaties in Amersfoort is. Het gebied is met name van belang voor (bijzondere) soorten van droge, voedselarme situaties en schraalgrasland. Voorbeelden daarvan zijn buntgras, geelsprietdikkopje, knopsprietje en behaard breukkruid. Gelet op de voorstellen uit het Masterplan is het onwaarschijnlijk dat (populaties van) geelsprietdikkopje, boskrekel en andere insectensoorten behouden kunnen blijven in het gebied. Voor strikt beschermde soorten is het onderzochte gebied van beperkt belang. Het is echter lastig beoordelen wat het belang is van de junikever als voedselbron voor de laatvliegers en rosse vleermuizen en wat het effect is van het wegvallen van deze voedselbron op de lokale populaties. De vleermuizen zullen moet uitwijken naar andere foerageergebieden indien de junikevers uit het gebied verdwijnen. De conclusie uit het onderzoek is dat de flora en fauna op de Wagenwerkplaats geen belemmering vormt voor de realisatie. Wel wordt door bureau Waardenburg aanbevolen om maatregelen te treffen ten aanzien van inrichting en beplantingsassortiment om het gebied zijn waarde als foerageergebied te laten behouden.

Knipsel4Deze aanbeveling wordt meegenomen bij het opstellen van het inrichtingsplan openbare ruimte. Op het voormalige Keyzerterein, grenzend aan de achtertuinen van de woningen aan de Soesterweg, staat een begroeide muur. In de fase van het inrichtingsplan zal worden onderzocht of deze muur behouden kan blijven. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zal er een nieuwe muur worden gerealiseerd die geschikt is voor muurbegroeiing. (foto met voorbeeld van een begroeide muur in het Griftpark, Utrecht)

4. PROGRAMMA EN WONEN 4.1

Uitbreiding woningvoorraad De gemeente Amersfoort wil de woningvoorraad uitbreiden om de woningbehoefte van de Amersfoortse bevolking op te vangen. We verwachten een blijvende toename van de woningvraag door een groeiend aantal huishoudens als gevolg van natuurlijke en autonome ontwikkelingen (vergrijzing en vestiging) en als gevolg van externe factoren. Met name de extramuralisering van de zorg en de vraag naar huisvesting van vergunninghouders betekent een extra vraag naar woningen. Deze ontwikkeling is de reden dat we de komende jaren willen uitbreiden.

Uit de definitieve aanvraag voor de milieuvergunning door ProRail voor het Emplacement is gebleken dat er ruimte is om binnen de grenzen van de externe veiligheid meer woningen te kunnen realiseren. Met de nu voorgestelde 650 woningen wordt er nog steeds ruim voldaan aan de normen voor externe veiligheid.

4.2 Collectief Particulier opdrachtgeverschap (CPO) De Soesterhof kan inderdaad als voorbeeld dienen voor CPO. Ook op een andere plekken in Amersfoort, bijvoorbeeld de Lichtenberg, is ruimte gereserveerd voor CPO. Daarnaast wordt bij de uitgifte van (sommige) gemeentelijke locaties de voorwaarden gemaakt dat ook CPO’s een goede kans maken om de locatie te kunnen ontwikkelen.

4.3 Gemengde functie middengebied Binnen het Masterplan is de keuze gemaakt om naast wonen verschillende functies toe te staan voor de kavel ten noorden van het historisch ensemble (tegen het Soesterkwartier). De reden hiervoor is tweeledig. In het Masterplan is een duidelijke driedeling aanwezig: west, midden, oost. Deze driedeling komt voort uit de ligging van het industrieel ensemble en de nabijheid van Station Amersfoort. Het middengebied bestaat voornamelijk uit historische monumenten met verschillende functies zoals creatieve bedrijven, ateliers, evenementenlocatie en horeca. Doordat het middengebied voornamelijk bestaat uit gemengde doeleinden is gekozen om het karakter van het middengebied door te trekken en de nieuw te ontwikkelen kavel eveneens als gemengd aan te wijzen. De levendigheid van het middengebied zal hierdoor worden verhoogd. Daarnaast is de keuze voor een gemengde functie een automatisch gevolg van de visie van de Wagenwerkplaats om een creatieve en innovatieve Wagenwerkplaats te ontwikkelen. Deze creativiteit en innovatieve ontwikkelingen kunnen alleen plaatsvinden als er in het Masterplan de ruimte wordt geboden voor deze ontwikkelingen. Het terrein ten noorden van het industrieel ensemble leent zich bij uitstek voor de ontwikkeling van tijdelijke initiatieven.

Het pop-up restaurant DLC (geopend in april 2016) is een voorbeeld van een dergelijk tijdelijk initiatief. Daarnaast wordt er voor dit gebied ook gedacht aan nieuwe vormen wonen en werken (zoals woonwerkstudio’s). Bij de keuze voor een functie op deze plek is de omliggende woningbouw leidend, dat wil zeggen dat een functie hier geen overlast mag veroorzaken voor de woningen die er al staan. Kleinschalige bedrijvigheid, ateliers of woonwerkstudio’s zouden hier passend kunnen zijn. Een horecavoorziening met een avond- en nachtvergunning past hier niet. De randvoorwaarden worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Knipsel5

Hoe het gebied ten noorden van het industrieel ensemble wordt ontwikkeld is nog niet zeker. Het kwaliteitsteam van de Wagenwerkplaats bewaakt de kwaliteit van de toekomstige ontwikkelingen van de Wagenwerkplaats en heeft daarnaast ook de taak om nieuwe initiatieven te toetsen aan de samenhang met de omgeving. Dit betekent ook dat de samenhang met het Soesterkwartier wordt gewaarborgd. Bestaande gebouwen en functies De NS is op dit moment eigenaar van vrijwel alle gebouwen

in het middengebied van de Wagenwerkplaats. Zij heeft de doelstelling om die op termijn te verkopen. Voor wat betreft de mogelijke gevolgen van verkoop, zijn volgende punten relevant: – Koop breekt geen huur, kortom de huurder is beschermd; – De monumentstatus blijft bestaan, waarbij de panden en het ensemble worden beschermd; – In het (op te stellen) bestemmingsplan wordt de huidige functie van ieder pand publiekrechtelijk vastgelegd. Mocht het noodzakelijk zijn dat er aanpassingen worden gedaan aan de oude monumenten om overlast voor de nieuwe bewoners te beperken, dan is het leidend wat daarover is afgesproken in de huurcontracten. In de huurcontracten tussen NS en de diverse gebruikers is een demarcatie opgenomen met wat des huurders’ is en wat des verhuurders’. Die is uiteraard leidend. Daarnaast geldt voor enkele gebruikers een milieu- en/of gebruiksvergunning waaraan betreffende exploitant zal moeten voldoen. In specifieke gevallen zal maatwerk nodig zijn, zoals dat tot op heden ook altijd is gebeurd.

Op de Wagenwerkplaats zijn nu drie functies/ invullingen met een tijdelijk karakter gehuisvest: – Verkeerstuin in het Nieuwe Magazijn bruikleenovereenkomst, op tijdelijke basis, geen huur verschuldigd; – Wagen speelplaats, buitenterrein, bruikleenovereenkomst, op tijdelijke basis, geen huur verschuldigd; – Per Expressie, Laswerkplaats, met een kortlopend contract in verband met voorgenomen sloop van dit gebouw, en een lage huur in overeenstemming met gebruik. Gezien het van meet af aan tijdelijke karakter van deze drie voorzieningen is met geen van de drie functies rekening gehouden in het Masterplan. Echter, NS ziet wel de toegevoegde waarde van dergelijke functies. Komende periode zal in overleg tussen de eigenaar NS en de initiatiefnemers/ exploitanten worden bezien wat en op welke wijze behouden kan blijven voor de toekomst.

4.4 Stedelijke voorzieningen In het Masterplan is voorzien in ongeveer 6000 m2 nieuw te bouwen stedelijke voorzieningen. Mede gezien het beleid van de Provincie Utrecht inzake het beperken van kantoren in de provincie, maar ook vanwege het karakter van de Wagenwerkplaats, worden er op de Wagenwerkplaats geen losse kantoren (of detailhandel) toegestaan. Het gaat hier om het toevoegen van kleinschalige bedrijvigheid, ateliers en dergelijke.

Voor zowel de stedelijke voorzieningen als voor de woningen is het een wettelijke eis dat deze plannen worden getoetst aan de “Ladder van Duurzame Verstedelijking”. Daaruit moet blijken dat er aantoonbaar sprake is van een (regionale) behoefte aan de betreffende voorziening. Is dat het geval, dan kan de voorziening of de woningen in een bestemmingsplan worden gefaciliteerd. In het andere geval kan dat niet en moet de herontwikkeling worden uitgesteld tot het moment waarop de behoefte daaraan wel kan worden aangetoond. De onderzoeken voor de Ladder worden in de zomer van 2016 uitgevoerd.

4.5 Evenementen De Wagenwerkplaats kenmerkt zich als locatie voor evenementen. De evenementen vormen een wezenlijk onderdeel van de identiteit van deze plek. Evenementen zullen dan ook mogelijk moeten blijven in de toekomst. De vorm en omvang van de evenementen zal zich echter moeten voegen naar de beschikbare ruimte op de Wagenwerkplaats. Als gevolg van de ontwikkeling van het terrein zal deze ruimte afnemen en daarmee zal het karakter van de evenementen ook veranderen. Een evenement zoals de Spoorparade zal in de toekomst steeds lastiger worden om te organiseren. Kleinschalige evenementen moeten altijd mogelijk blijven, al zullen de evenementen beperkingen kennen ten aanzien van geluid, parkeerdruk en logistiek.

Evenementen binnen De Rijtuigenloods, Centraal Ketelhuis, Oude Magazijn, Clini-Clownscollege en Veerensmederij zijn locaties die geregeld veel bezoekers trekken en geluid produceren tijdens de voorstellingen en congressen. Nu is de afstand tot de bebouwing nog ruim. Het mag niet zo zijn dat toekomstige bewoners procedures gaan aanspannen om de geluidsproductie te beperken, waardoor de bedrijfsvoering in gevaar komt. In het Masterplan is rekening gehouden met een, volgens de regels van de milieuzonering bepaalde, juiste afstand tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies. De borging hiervan zal plaatsvinden in het bestemmingsplan. De contour van 30 meter geldt als minimale afstand tussen locaties die (volgens de vergunning) een verhoogde  geluidsproductie kennen (zoals Rijtuigenloods, Ketelhuis) en geluidsgevoelige bestemmingen in het kader van de Wet geluidhinder (zoals wonen, onderwijs, kinderdagverblijven e.d.).

De Rijtuigenloods beschikt over de juiste vergunningen en heeft in de afgelopen jaren geen overlast veroorzaakt in zijn exploitatie. Om dit in de toekomst te kunnen waarborgen dient De Rijtuigenloods beschermd te worden in de veranderde omgeving. De ontwikkeling mag dan ook de exploitatie van De Rijtuigenloods niet beperken. Momenteel wordt het geluid gemeten op de dichtstbijzijnde gevel, welke nu ver weg ligt, maar straks dus op de tegenoverliggende gebouwen. De ontwikkelaar van deze nieuwbouw is verplicht om er, voor eigen rekening en risico, er voor te zorgen dat er voldoende maatregelen worden genomen om te zorgen dat de Rijtuigenloods niet wordt gehinderd in zijn exploitatie. Daarbij gelden in ieder geval de volgende aandachtspunten: – De isolatie van het huidige monument is matig, en kan mogelijk worden verbeterd. – De te realiseren nieuwbouw moet goed worden geïsoleerd en zich aanpassen aan de bestaande activiteiten. Ook dient rekening te worden gehouden met aanverwante zaken zoals laden/lossen, vertrek van bezoekers, verlichting parkeerplaats, drukte en verkeerstromen.

Evenementen buiten In het Masterplan Wagenwerkplaats en de Duurzaamheidsvisie wordt er juist vanuit gegaan dat evenementen bij de Wagenwerkplaats horen, qua identiteit, creativiteit en innovatie. Hier geldt hetzelfde voor als hierboven vermeld. De toekomstige bewoners moeten weten waar zij komen te wonen en dat het een evenementenlocatie is. Het is wel zo dat de evenementen moeten voldoen aan het Amersfoortse evenementenbeleid. In het bestemmingsplan worden regels opgenomen over het aantal evenementen dat per jaar kan plaatsvinden, op welke locatie, soort, duur (en geluid).

4.6 Verbeteringen vooruitlopend op het bestemmingsplan In diverse reacties wordt voorgesteld om, vooruitlopend op het nieuwe bestemmingsplan, al enige veranderingen/verbeteringen op het terrein aan te brengen, zoals bijvoorbeeld een gezamenlijke afvalinzameling voor het middengebied. De NS, eigenaar en verhuurder in het gebied, is van mening van in de huidige situatie de huurcontracten en de prestaties die van verhuurder kunnen worden verlangd, leidend zijn. Er worden geen zaken proactief, vooruitlopend op de bestemmingsplanprocedure, gerealiseerd. Als er zaken zijn die niet kunnen wachten, dan worden deze opgepakt vanuit NS danwel vanuit derden in lijn met het Masterplan.

5. MILIEU: GELUID, EXTERNE VEILIGHEID, BODEM 5.1

Geluid De Wagenwerkplaats wordt belast met geluid afkomstig van het doorgaande spoor, het emplacement en het opstelterrein Bokkeduinen . Er zijn onderzoeken gedaan naar de mate van geluidsbelasting en of die van invloed is of beperkingen stelt aan de voorgestelde ontwikkelingen. Het geluid van de doorgaande sporen (railverkeer) vormt geen belemmeringen voor de nieuwe ontwikkelingen. Het geluid van de activiteiten op het emplacement (industrielawaai) overschrijdt wel de wettelijk toegestane waarden. Dit zou kunnen worden opgelost door de plaatsing van geluidschermen aan de rand van het gebied tussen de Wagenwerkplaats en de sporen. Omdat daarmee de openheid en de zichtlijnen vanuit de Wagenwerkplaats naar het spoor worden afgesloten en schermen onvoldoende bescherming bieden voor alle toekomstige woningen (er blijven dan toch maatregelen nodig voor de 3e en hogere verdiepingen van de nieuwbouw) wordt er in het Masterplan en het bestemmingsplan voor gekozen om de geluidsproblematiek op te lossen in de gebouwen zelf.

Dat is mogelijk door middel van het toepassen van dove gevels of door geluidwerende maatregelen aan de gevel. De bebouwing direct langs het Emplacement wordt pas in de laatste fase van de planontwikkeling gerealiseerd. Dat betekent dat de gebouwen en woningen die dichter bij het Soesterkwartier zijn gepland (zoals het project Soesterhof) en dus eerder worden gebouwd een geluidsbelasting ondervinden, die hoger is dan wettelijk is toegestaan. Een mogelijkheid is om die gebouwen te beschermen door middel van tijdelijke geluidschermen  langs het spoor totdat daadwerkelijk langs dat spoor is gebouwd. Deze oplossing voor de geluidsproblematiek in het gebied is mogelijk in samenhang met het toepassen van de Interim-wet Stad en Milieu. Deze wet biedt de mogelijkheid om met het oog op een zo zuinig en doelmatig mogelijk ruimtegebruik af te wijken van milieunormen op het gebied van onder meer geluid.

Een alternatieve mogelijkheid is om in plaats van de Interim-wet Stad en Milieu de regeling van ontwikkelingsgebieden op basis van de Crisis- en herstelwet toe te passen. Ook deze wet biedt een oplossing voor situaties waarin gewenste ruimtelijke ontwikkelingen worden belemmerd door milieurechterlijke grenzen. Anders dan de Interim-wet Stad en Milieu is met toepassing van de Crisis- en herstelwet mogelijk dat woningen worden gebouwd zonder dat de tijdelijke geluidschermen worden geplaatst. In het kader van de opstelling van het nieuwe bestemmingsplan voor de Wagenwerkplaats zal een nadere afweging worden gemaakt via welke wettelijke route (Interim-wet Stad en Milieu of Crisis- en herstelwet) van de regels inzake geluid kan of moet worden afgeweken op wel op een zodanige manier dat de ruimte in het gebied optimaal kan worden gebruikt en een verantwoord woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners is gegarandeerd.

5.2 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waarbij een ongeval kan plaatsvinden bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de Wagenwerkplaats gaat het daarbij om risico’s als gevolg van het exploitatie van het emplacement van ProRail. Op 29 juli 2015 is door ProRail voor het emplacement Amersfoort Goederen een aanvraag Revisievergunnning voor het onderdeel Milieu ingediend. Die revisievergunning is nodig omdat de bestaande vergunning dateert uit 1998 en niet meer op de huidige situatie is afgestemd. Uit de overgelegde gegevens en de ontwerpomgevingsvergunning milieu blijkt dat ten opzichte van de huidige (milieu)vergunning van ProRail het aantal treinwagons met gevaarlijke stoffen op de sporen geringer zal worden.

Dat gegeven en het feit dat inmiddels ook diverse veiligheidsmaatregelen (bv toepassing ATBvv1 ) bij het emplacement zijn getroffen maakt dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van het emplacement mogelijk worden. Ook als er woningen en andere functies op de Wagenwerkplaats worden gebouwd, wordt er in de nieuwe situatie voldaan aan alle wettelijke eisen van veiligheid. Het definitieve besluit over de milieuvergunning wordt naar verwachting eind 2016 genomen. 5.3 Bodem In het Masterplan Wagenwerkplaats is een kaart opgenomen met de bodemvervuilinglocaties op de Wagenwerkplaats. Er is een aantal locaties op de wagenwerkplaats met licht verontreinigde grond in de bodem. Afhankelijk van het toekomstige gebruik van de gronden zijn al dan niet aanvullende maatregelen nodig. Deze staan echter de uitvoerbaarheid van de plannen in het gebied volgens het Masterplan en het nieuwe bestemmingsplan niet in de weg. De aard en omvang van eventuele aanvullende maatregelen worden bepaald nadat de concrete bouwplannen bekend zijn en waar nodig aanvullende onderzoeken zijn verricht. Via een aan de omgevingsvergunning te verbinden voorwaarden wordt geborgd dat voor wonen of andere functies een veilig gebruik van de gronden mogelijk is.

Voor zover dat bij de gemeente bekend is, is de grond in de geluidswallen licht verontreinigd of schoon. De NS beschikt daarvoor over de gegevens. Bij verwijdering van de wallen of hergebruik van de grond is het van belang dat nader onderzoek plaatsvindt naar de kwaliteit van de grond. Afhankelijk daarvan kunnen of moeten maatregelen worden getroffen. Er zijn ook locaties met een plaatselijke lichte verontreiniging met gechloreerde oplosmiddelen. Deze zullen worden gesaneerd met een extensieve grondwateronttrekking. De verwachting is dat dit geen gevolgen heeft voor naastgelegen percelen. De Wagenwerkplaats bevat één ernstige, mobiele, spoedeisende verontreiniging, namelijk aan de oostzijde van het terrein, ter plaatse van de voormalige Vetgasfabriek. Die verontreiniging is nog steeds aanwezig.

Er worden op basis van de plannen in het Masterplan voor deze locatie afspraken gemaakt met de Rijksoverheid, die verantwoordelijk is voor de sanering. Door de wijze van bebouwen te betrekken in het saneringsplan, kan er mogelijk “werk met werk” worden gemaakt waardoor er efficiency voordeel kan worden behaald. Dit gebied 1 Automatische Trein Beïnvloeding (Verbeterde versie), behoort tot fase 3 van de ontwikkeling van de Wagenwerkplaats. De herontwikkeling ervan komt pas op langere termijn aan de orde.

5.4 Niet gesprongen explosieven (NGE). In het Masterplan is het hele terrein aangegeven als risicovol ten aanzien van niet gesprongen explosieven, tot zeer zware bommen en raketten aan toe. In 2015 heeft onderzoeksbureau REASeuro in opdracht van de NS een Projectgebonden Risicoanalyse gemaakt. Daaruit blijkt dat in het kader van de herontwikkeling van het gebied werkzaamheden zullen worden verricht die leiden tot een verhoogd risico in verband met aanwezige niet gesprongen explosieven. Dat betekent dat er nog aanvullend opsporing in het gebied moet plaatsvinden en eventuele aanwezige munitie eerst moet worden verwijderd. De NS heeft REASEuro hiervoor kort geleden opdracht gegeven. Voor het onderzoeken en vrijgeven van de bodem zijn verschillende opsporingsmethoden voor handen, zoals computerondersteunde oppervlaktedetectie, laagsgewijze actieve detectie en/of de inzet van een munitiescheidingsinstallatie (dus, afgraven en zeven in een beschermde omgeving).

5.5 Veiligheid In het gebied is op een aantal plekken bodemverontreiniging en er zijn ook plekken waar nog niet gesprongen explosieven kunnen zijn. Dat maakt dat bij vrijwel iedere activiteit waarbij in de bodem wordt “geroerd”, ook de daarbij passende maatregelen getroffen moeten worden. Afhankelijk van de situatie kan dat met eenvoudige beperkte maatregelen, voor een uitgebreide omvangrijke (bouw)activiteiten ondergronds zullen uiteraard ook meer (veiligheids)maatregelen nodig zijn. De NS zal daarom gaan samenwerken met aannemers die ervaring hebben met deze problematiek.

6. FASERING EN BESTEMMINGSPLAN

6.1 Fasering Niet het gehele gebied van de Wagenwerkplaats is direct beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen. Sommige terreinen en gebouwen zijn voor een langere periode verhuurd of er zijn andere belemmeringen (verontreiniging Vetgasfabriek). Daarom is er een fasering in de herontwikkeling. Het nieuwe bestemmingsplan regelt de voorgenomen ontwikkelingen voor de komende 10 jaar. Herontwikkelingen voor na die periode vallen buiten de werkingstermijn van het nieuwe bestemmingsplan en worden daarin dan ook niet meegenomen. Voor die gebieden wordt in het nieuwe bestemmingsplan de bestaande situatie vastgelegd met indien nodig en gewenst flexibiliteit ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van bestaande gronden en gebouwen. In het Masterplan wordt de fasering in hoofdstuk 6 nader toegelicht.Knipsel6

Voor het nieuwe bestemmingsplan betekent dat concreet, dat fase 1 en fase 2 van de herontwikkeling daarin wordt meegenomen en fase 3 niet. Fase 3 bestaat uit de zuidkant van de grote Wagenloods (met het aansluitende westelijke spoorterrein) en de oostkant van het gebied ter plaatse van de Q-park parkeergarage en de bodemverontreiniging als gevolg van de voormalige Vetgasfabriek. Deze fase komt eerst op lange(re) termijn aan snee. Voor deze gebieden legt het nieuwe bestemmingsplan daarom alleen de bestaande situatie vast. Er wordt nu voorgesteld om het hoogteaccent te situeren direct ten westen van de grote Wagenloods. Dit valt dus in Fase 3 en daarmee buiten het bestemmingsplan dat dit jaar in procedure wordt gebracht. De gefaseerde uitvoering van het gebied zal in kleinere (deel)gebieden gebeuren, waarbij bebouwing en aanleg van infrastructuur zoveel mogelijk gelijk opgaan. Daarover worden ook afspraken gemaakt met de NS in een met de gemeente te sluiten overeenkomst over de planontwikkeling.

6.2 Bestemmingsplanprocedure Het is de bedoeling om na de vaststelling van het Masterplan door de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan voor de Wagenwerkplaats te maken. De vaststelling van het Masterplan is niet een (officieel) voor beroep of bezwaar vatbaar besluit. Een bestemmingsplan, dat het planologisch-juridische kader voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied vormt en de grondslag is voor het daadwerkelijk verlenen van (bouw)vergunningen, is dat wel. De procedure voor zo’n bestemmingsplan is geregeld in de Wet op de ruimtelijke ordening. De gemeente stelt eerst een ontwerpbestemmingsplan op. Dit ontwerp kan 6 weken worden ingezien op het gemeentehuis, de gemeentelijke website of via ruimtelijke plannen.nl. In deze periode kan desgewenst een ‘zienswijze’ kenbaar worden gemaakt aan de gemeenteraad.

Na de periode van 6 weken moet de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststellen. Bent u het niet eens met het besluit van de gemeenteraad? Dan kunt u beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeente geeft in de bekendmaking van het vaststellingsbesluit aan in welke periode u beroep kunt instellen. Om beroep in te stellen moet u veelal een zienswijze kenbaar hebben gemaakt tijdens de ontwerpfase van de bestemmingsplanprocedure. 6.3 Voorkomen en vergoeden bouwschade De vergunninghouder van het betreffende project is verantwoordelijk voor het voorkomen van schade of overlast als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Bij schade aan gebouwen, door bouwwerkzaamheden in de omgeving, is de veroorzaker (aannemer of opdrachtgever) van de schade aansprakelijk en moet de veroorzaker de schade ook vergoeden. Bij schade aan gebouwen, door bouwwerkzaamheden in de omgeving, is de veroorzaker (aannemer of opdrachtgever) van de schade aansprakelijk en moet de veroorzaker de schade ook vergoeden. 6.4 Kwaliteitsteam

Er komt een kwaliteitsteam (Q-team). Dit team adviseert de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ten aanzien van de welstandsaspecten van de planontwikkeling. Hierdoor is dit niet het juiste gremium om als gebruikersvereniging in deel te nemen om haar invloed te kunnen uitoefenen in de komende realisatiefase. Wel wordt er i.s.m. de leden van de Kleine Regie, Duurzaam Soesterkwartier, gebruikersvereniging en anderen gewerkt aan een nieuw organogram voor de wagenwerkplaats waarin gewenste invloed een plek zal gaan krijgen. 6.5 Organisatie Wagenwerkplaats

Er wordt in nauw overleg met NS, gemeente, Duurzaam Soesterkwartier, de gebruikersvereniging en anderen gewerkt aan een nieuw organogram voor de Wagenwerkplaats waarin wordt vastgelegd op welke manier de huidige en toekomstige gebruikers en bewoners van de Wagenwerkplaats betrokken gaan worden bij de verdere ontwikkelingen. 6.6 Waardedaling woningen Als belanghebbenden menen schade te lijden als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan, dan kan aan de gemeente om een tegemoetkoming van die schade worden gevraagd. Dat kan vanaf het moment dat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Bron Gemeente, Docsnr. 5259673, Reactienota Overzicht antwoorden op vragen Masterplan WWP, 23-05-2016

Redactie,Karel van Rooy.

Door |woensdag, 8 juni 2016 |Categorieën: Actueel|Tags: , |0 Reacties

Geef een reactie